We zijn inmiddels alweer twee dagen in Ho Chi Minh City en ik merk dus dat ik gigantisch achterloop wat betreft het bloggen! We hebben het ook zo druk gehad en geen tijd gevonden (of gemaakt?) om even uitgebreid een computer te bezetten. Wees dus voorbereid op een lang stuk. Wederom zonder foto’s, want Vietnamese computers hebben het niet zo op USB stickjes en camera…
Enjoy!
Ik was gebleven bij onze grote avonturen in Halong Bay en Sapa. Na terugkomst was het eigenlijk wel weer thuiskomen in Hanoi. De trein reed om ongeveer 5 uur (‘s nachts, ja) het station binnen en we zijn eigenlijk meteen doorgelopen naar ons “stam”-hotel (zo kunnen we het wel noemen onderhand). Helaas was het nog dicht, dus we zijn er voor even tegen de muur gaan zitten. Het was koel, maar vergeleken bij Sapa lekker warm.
Rond 6 uur ging het hotel open en konden we in de lobby wachten op een kamer. Daar konden we nog even douchen en onze spullen achterlaten. Vooral de mannelijke kant van de crew was erg blij ons te zien.
Op het programma van vandaag stond het Ho Chi Minh-museum en de Literature Tempel. Na een hele fijne warme douche (waarom hadden we deze kamer niet eerder??), zijn we door de stad gaan lopen, op weg naar de Literature Tempel. Een groot complex wat van oorsprong een universiteit was. Overal waar we liepen waren mooie fel gekleurde bloemen te zien. Wij vermoeden dat dat te maken heeft met TET, het Aziatische nieuwjaarsfeest.

De Literature Temple
Onderweg naar het Ho Chi Minh-museum waren we naarstig op zoek naar iets voor de lunch, maar helaas, wanneer je op zoek bent, kun je het niet vinden, terwijl we er anders altijd over struikelden… Vlakbij het museum waren we zo hongerig dat we maar zijn gaan lunchen met een zakje chips en een flesje sinas.
Van het Ho Chi Minh-museum had ik stiekem wat meer verwacht. Het gebouw was zo immens en indrukwekkend, dat de tentoonstelling wat tegenviel. Vooral was er veel te zien en te lezen over de partij, gedachten en opvattingen van de voormalige president Ho Chi Minh. Ook zag je in verschillende vitrines zijn outfits liggen met een briefje wanneer, waar en waarom ze gedragen waren. Ik had wel wat meer van de man zelf willen weten. En wat dan precies? Geen idee. Ik had gehoopt dat ze dat juist konden laten zien. In het tweede deel van de tentoonstelling waren voornamelijk oorlogsgebeurtenissen vastgelegd in kunstvorm. Het zei me niet zoveel en sprak me daarom ook niet aan, denk ik.

Het Ho Chi Minh Museum
Toen we weer richting het Old quarter wilden, hielden we maar eens een cyclo aan. Een soort bakfiets, maar dan leuk aangekleed en met een stoeltje voor één persoon. Eigenlijk wilde de man 100.000 dong voor ons tweeën, maar we haalden ‘m over voor 80.000. Echt comfortabel was het niet, want cyclo’s zijn niet helemaal gemaakt voor onze lichaamsbouw en al helemaal niet wanneer we er tegelijk in willen zitten… Het arme mannetje moest echt zo hard trappen om ons enigzins vooruit te krijgen, dat we besloten hem toch maar de volle pond te geven. Ik geloof dat we daarmee zijn hele dag hebben goedgemaakt.

In een cyclo! (gepropt weliswaar, maar we zaten)
We hadden van het Canadese stel uit Halong Bay een tip gekregen voor een restaurant. Hier kon je geweldig eten en het lag op een prachtige locatie. Helaas viel het wat tegen. Mijn kip was niet zo lekker, Jetske’s vis leek op mijn kip en de springrolls waren slap gerold en hadden het verkeerde deeg. Zo snel als we konden, hebben we betaald en zijn we richting het hotel gelopen.

Even het eten wegspoelen met een cappuccino met een rietje
Om 19.00u begon onze reis richting het zuiden. Het was best gek om afscheid te nemen van Hanoi. Ik begin eindelijk een beetje te wennen aan de drukte van de stad. Ik was inmiddels een zeer geoefend oversteker. En nu verlieten we de stad met het idee misschien wel nooit meer terug te komen… Gek hoor.
In de trein deelden we een compartment met een stelletje uit India. Ik denk dat dit wel de leukste reisgenoten waren. In ieder geval de gezelligste. In de trein heb ik mijn eerste kakkerlak-ervaring gehad. De Indiaase jongen verzekerde me dat ze niets doen. Vooruit, het waren tenslotte kleintjes. Maar echt lekker slaap je niet meer… Ik had het kunnen verwachten, maar toch, wat men niet weet… Het Indiaase meisje had hetzelfde met het muisje wat we rond zagen lopen. Daar had ik dan weer minder moeite mee. En zo heeft iedereen wat.
Ik moet zeggen dat ik wonderbaarlijk goed geslapen heb. Toch miste ik wel nog behoorlijk wat uurtjes slaap en dat merkte ik gedurende de dag wel. Nadat we onze reisgenoten gedag hadden gezegd, liepen we naar onze pick-up. Hué is kleiner dan Hanoi en dat merk je aan de opzet van de stad. Alles is veel breder opgezet en het verkeer is er beduidend minder druk. Het toeteren is overigens net zo erg. Hier lijkt het wel; hoe kleiner het voertuig, hoe harder de toeter.
In het hotel hadden we een small room geboekt. Ook weer hetzelfde als de softsleepers: wij hebben toch echt een andere benadering van een small room. Ik moet Jetske bijna bellen om te zeggen dat we gaan opstaan. Heerlijk ruim dus! En de bedden… Ik had het niet durven dromen, maar wat een geweldig bed! Zowaar een echt matras! En ook nog eens echt zacht. Die avond lag ik er dan ook lekker vroeg in.

Onze gezellig verlichte “small room”
Na een rustige opstart besloten we eens lekker Hollands te doen. We hebben een fiets gehuurd! Voor slechts 1 dollar konden we die de hele dag meenemen. Ideaal! Daar kan Haantjes nog wat van leren! Lekker fietsen door Hué leek ons veel leuker dan een tourtje doen. Lekker alles zelf bekijken in je eigen tempo.

Onze gehuurde fietsjes!
Opvallend is dat de bevolking hier veel aardiger en minder opdringerig is dan in Hanoi. Misschien omdat het een kleinere stad is, misschien omdat het gewoon een ander stukje Vietnam is? Het maakt niet uit, het is wel prettig.
Omdat we op de fiets tussen al het drukke verkeer reden, moesten we veel stoppen en op het kaartje kijken. Het is wel een ervaring om zelf deel uit te maken van het verkeer. Al heel snel merkte ik dat ik mezelf er ook gewoon voor gooide. Wanneer ik kon, ging ik. Nou zijn we het fietsen natuurlijk al gewend, dat scheelt al de helft.
Uiteraard konden we de plaats van bestemming niet vinden en hebben we de weg gevraagd. Een man liep, onder luid gejoel van z’n vrienden, onze kant op. Die wist ons te vertellen welke kant we op moesten. Toch reden we weer verkeerd, maar een Vietnamees jongetje fietste mee en wees ons de weg. Erg lief.
Uiteindelijk hebben er maar één ding bekeken (een soort arena ofzo), want de rest konden we niet vinden. Omdat we ook erg moe waren van de al dat gereis besloten we terug te fietsen naar het hotel. Even chillen op die billen. We hebben nog even een hotelletje in Hoi An geregeld, vervoer daarheen en toch een tourtje voor de 2e dag Hué (want zoeken op de fiets was toch lastiger dan verwacht). Voor de rest hebben we vooral lekker gechilled.
Toen we een restaurantje gingen opzoeken kwamen we het Idiaase stelletje weer tegen. Op de een of andere manier komen wij de mensen die we dezelfde dag nog hebben leren kennen, altijd een paar uur later weer tegen. Dat is nu al 3x gebeurd. We wisselden plannen uit en spraken af om eventueel samen richting Hoi An af te reizen, voor de gezelligheid en om de kosten wat te drukken. Erg handig en vooral erg leuk.
In het restaurantje twijfelden we even, maar uiteindelijk zijn we toch gegaan voor de cheeseburger met friet. Gewoon om we daar zin in hadden en gewoon omdat het kon. De Hué-se specialiteiten stelden we uit tot de volgende dag. De eigenaar van het restaurant is fotograaf. En een verdomd goeie ook. We hebben 2 van z’n mooiste foto’s gekocht. Wellicht een beetje nabewerkt, maar ze zijn echt prachtig.

Say cheese!

Say Grilled cheese!
Ookal doken we vroeg ons bedje in, de wekker rinkelde toch nog op een onaangenaam tijdstip. Tijd voor een tour vandaag! In een ongelovelijk hippe roze touristenbus werden we naar een piepklein dorpje, drie soorten tombes, een pagoda, de citadel en een dragon-boot gereden. Gisteren dachten we alles wel even op de fiets te kunnen doen, maar nu werden we dus met onze neuzen op de feiten gedrukt, dat was ons nooit gelukt.

Onze mooie roze toeristenbus
Het kleine dorpje was eigenlijk een straatje. Het bijzondere hieraan was dat je kon zien hoe wierook en die echte Vietnamese hoedjes gemaakt worden. Natuurlijk een beetje voor de toeristen, maar alles werd wel volgens de aller oudste gebruiken gemaakt. Jets en ik werden meteen uitgekozen voor een mini workshop wierook rollen (ja, dat wordt blijkbaar ook gerold). Best makkelijk om te doen eigenlijk, al kon de lokale mevrouw het natuurlijk veel beter. We besloten hier onze eerste souvenirs te kopen. Dit was niet heel moeilijk aangezien we voor deze beslissing al een baal wierook (incl. onze eigen gemaakte!) en twee typisch Vietnamese hoedjes in onze handen gedrukt kregen. “very cheap, very cheap!” De hoedjes zijn zo gemaakt dat wanneer je ze in het zonlicht houdt je het teken van Hué ziet staan. Dat schijnen ze altijd te doen wanneer de hoedjes volgens de officiële manier gemaakt worden. Een teken van de stad, een spreuk of figuurtjes in de hoedjes ‘vlechten’.

Jets aan het wierookrollen (is dat een werkwoord?)

Wendy de wierookrolster
Na het kleine dorpje stonden er drie verschillende tombes op het programma. Voor elke tombe kregen we ongeveer drie kwartier de tijd. Veel te weinig, want graftombes in Vietnam moeten immens groot zijn, zeker wanneer ze van belangrijke keizers en heersers zijn geweest (of van familie daarvan, of van mensen die zichzelf gewoon heel belangrijk vinden en het geld voor zo’n tombe hebben). De tombes waren erg mooi. Helaas hebben we niet alles uitgebreid kunnen bekijken door tijdsgebrek.

Jetske geniet van het uitzicht

Bij het watertje van de tombe

Tussen de guards
Na de drie tombes voelde ook de gids aan dat ik goeie trek had, want we gingen meteen door naar het lunchrestaurant. Wel grappig, van alle tentjes die ze uit hadden kunnen kiezen, nemen ze uitgerekend die waar wij gisteren al geluncht hebben. Niet erg, want het was ons uitstekend bevallen. Ook nu stond er een geweldig buffet voor ons klaar.

De lunch was een buffet met heerlijk eten
Na de lunch was het dan eindelijk tijd voor de citadel, een groot tempelcomplex midden in de stad. De citadel is zo’n 10 km breed en 2,5 km lang. Veels te veel dus om in 1u en 10 min te kunnen bekijken. Toch hebben we zoveel mogelijk gewandeld en hadden we het idee aan de achterkant te zijn uitgekomen. We keken namelijk over een hele dikke muur de stad in. We weten eigenlijk nog steeds niet of dat nou de achterkant was. We zeggen gewoon van wel 🙂
Op de weg terug hebben we twee echte olifanten gezien! En ja die heb ik ook vaak genoeg in de dierentuin gezien, maar deze waren gewoon hier. Voor onze neus. En dat vond vond ik wel bijzonder. Blijkbaar doen zij het tuinonderhoud hier.

Jets loopt richting de olifant

Okee, in Artis heb je ze ook, maar toch is dit echter!
Op onze weg terug naar de ingang liepen we langs een tempel waar monniken aan het bidden waren. Althans, het was een klein jongetje die af en toe op een soort gong sloeg. Je mocht het deel van de tempel alleen betreden zonder schoenen en het liefst nog op blote voeten. Later kwamen er een aantal monniken langs die kennelijk ook op vakantie waren. Het mooiste beeld vond ik wel de monnik die met zijn mobieltje de tempel fotografeerde. Een tweede monnik zette vervolgens de andere drie in een positie voor de tempel, pakte z’n digitale spiegelreflexcamera en klikte er op los. Een prachtig plaatje en iets wat ik totaal niet achter monniken had gezocht. Toen een Frans gezelschap (zeg maar gerust een kolonie op zich) de monniken in het vizier kregen werd het ons te druk en zijn wij teruggelopen naar de bus.

Ook een monnik gaat mee met zijn tijd
De laatste stop (dachten wij) was één van de belangrijkste pagodes van Hué. In deze pagode kon je veel Chinese en westerse invloeden herkennen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet meer weet waarom deze pagode zo bijzonder was…dat zoeken we wel een keertje op 😉
Na de citadel konden we nog een gardenhouse bekijken, maar daar hadden we niet zo’n zin in. Het had een beetje een suffige uitstraling en onze reis was tot nu toe alles behalve suffig.
Helaas werden we verplicht toch nog iets suffigs te doen. We werden op een dragon-boat gezet richting het eindpunt van de tour. Dit stelde echt zo weinig voor, dat we het bijna zonde van onze tijd vonden. Gelukkig duurde het niet zo lang en konden we op eigen houtje weer terug naar het hotel lopen.
‘s Avonds wilden we weer eens lekker Vietnamees eten. Specialiteiten van Hué dit keer. Na een tijdje rondlopen en menuutjes bekijken, kwamen we terecht bij restaurant Ushi. Een mooi menu voor weinig geld. Altijd prettig. Toen we het visitekaartje pakten zagen we niemand minder dan Ushi! Als in Ushi & van Dijk. De eigenaresse leek ook als twee druppels water op onze Ushi en beweerde bij hoog en laag dat zij de echte was. Wij vonden het al lang prima en hebben er heerlijk gegeten. Overal in het restaurant zag je invloeden van Nederland. Vlaggen, oranje kleding en doeken en zelfs een Panorama uit Nederland met Ushi erin (het tijdschrift dus).

Jetske, Ushi and Wendy saying Hi!
We zouden eigenlijk met brommertjes richting Hoi An gaan, maar dit was veel te duur. En omdat de bus slechts 5 dollar was, hebben we die maar gereserveerd. Hierdoor hebben het samen reizen met het Indiase stel ook afgezegd. Erg jammer, maar we moeten toch geld besparen voor souvenirs 😉
De bus was echt geweldig! Niet zo’n normale tourbus, maar eentje met privé compartimenten. Hierdoor zat je eigenlijk half liggend in je stoel. Er waren 3 rijen van deze stapelstoelen. Erg comfortabel wel. Jets en ik zaten lekker 3,5 uur boven elkaar te genieten van het landschap (wat zich nog steeds begaf in hevige regen…)

In de bus! Ik zit onder

En Jetske zit boven
Hoi An
Aangekomen bij ons hotel was het echt heel druk. Mensen die weg gingen en mensen die kwamen vragen voor een vrije kamer. Het hotel zat vol, maar wij hadden gereserveerd en werden binnen vijf minuten in onze kamer gezet. Helemaal goed. Dit hotel heeft zelfs een zwembad binnen! Een ieniemienie zwembad, maar het is er echt een! Het was nog geen zwemweer, dus we hebben het bad gelaten voor was het was.

Het privézwembad van het hotel
‘s Avonds hebben we echt heerlijk gegeten aan het water (ook de regen, maar er was ook een rivier). Erg leuk zo met al die lampionnetjes. Het eten was weer voortreffelijk. We spraken nog twee Australische meisjes en vertelden elkaar over onze avonturen. Ik vind het grappig dat als we over onze tocht in Sapa beginnen we echt als een soort helden worden beschouwd.
Voor de eerste echte dag Hoi An hadden we voor de ochtend een tourtje op de planning staan. My Son. Een zooitje ruïnes die overgebleven zijn van verschillende gebieden van tempels. Mijn favoriet. Ik ben gek op ruïnes dus ik kon heerlijk los gaan.
In de bus kwamen we natuurlijk weer wat mensen tegen. Drie Fransen die we hadden ontmoet in Hanoi en het Canadese stel uit Ha Long Bay. Vooral met de laatste hadden we een leuk weerzien, alsof we elkaar na maanden weer eens terugzagen. En we kennen ze krap een week.
In My Son kregen we nog een klein ritje met een minibusje en Jets kon mijn gevoel niet beter omschrijven. “Het lijkt wel of we in Jurassic Park zitten! Met een busje door bebost gebied over kleine weggetjes…” ze sloeg daarmee de spijker op z’n kop, want dat was echt zo. Ik heb maar niet om me heen gekeken of mensen ons raar aan zaten te kijken (en dat interesseerde me ook niet eigenlijk).
De ruïnes waren prachtig. Ik kon er wel uren tussen blijven lopen, naar staren, fotograferen en op klimmen (wat niet mocht, maar juist daarom is het leuk). De tourguide vertelde er nog wat over, maar die was niet te volgen. In de bus had hij het al over “you go wit bigbu en den wit minibu to meeson. Then we go wokking litte bit. Some go on boo and If you swim you go to hopital. I joking”, dus je begrijpt, ik skipte de tour en las alles wel in het geweldige boekje van Jets.

My Son, ruïnes van een oud tempel complex

Even gek doen, moet kunnen

Ja, het is wat het lijkt en aanraking brengt geluk… vooruit dan maar 😉

Terugreisje ging met de jeep!
De tour was maar een half dagje, wat ons uitstekend uitkwam, want zo konden we alvast souvenirs shoppen en een shirtje op maat laten maken. Voor dat laatste zijn we naar een kledingmaakster gegaan. Je mocht kiezen uit allerlei modellen, stofjes, afwerkingen en weet ik wat allemaal. Eigenlijk mocht je gewoon je hele shirtje samenstellen. Best lastig nog. Omdat ik niet zo’n oog voor mode of ontwerpen heb, kon ik wel wat hulp gebruiken. Helaas was de mevrouw nog erg met Jets bezig (die wel precies wist wat ze wilde) dat ik me iets opzij gezet voelde. Uiteindelijk is het goedgekomen en liggen onze maten, stofjes en ontwerpen klaar voor preparatie. Het resultaat afwachten was echt heel erg spannend!
Na flink gebrainstormd te hebben voor shirtjes zijn we gaan lunchen bij het water. Daar kwamen we onze Indiase vrienden tegen en kletsten we even bij. Ramjan (het meisje) wist ons te vertellen dat het de volgende avond volle maan zou zijn en dat dan alle lichten uit zouden gaan en op de rivier allemaal lampionnen zouden drijven. De moeite waard dus!
Na de lunch hebben we ons half op de souvenirs en half op een stadstourtje gestort. Soms vind ik het stiekem een klein beetje vermoeiend dat je nergens even rustig voor kan staan en kan kijken. Binnen 10 seconden word je gevraagd binnen te komen, wordt et gevraagd waar je vandaan komt, wordt er gezegd dat alles ‘very cheap’ is en worden er allerlei rommeletrijtjes in je handen geduwd. Terwijl we dus alleen maar willen kijken… Maar goed, ik snap het wel, die mensen willen natuurlijk gewoon geld verdienen. Logisch.

Hoi An

Hoi An, de beelden zijn waarschijnlijk voor Tet, het Chinese Nieuwjaarsfeest

Twee vrouwtjes hebben even pauze en genieten van de toeristen

Een Japanse brug in het stadje

Een boer met zijn koe

Een willekeurige straat van het stadje

Hoi An by night
‘s Avonds hebben we onszelf verwend met twee mooie specialiteiten van Hoi An. Cau lao en fried wonton. Cau Lao is een soort dikke noodles met groenten en rundvlees. Echt superlekker. Wonton is een gedroogde rijstpannenkoek met groenten en saus. Echt genieten geblazen. We hebben de avond heerlijk afgesloten met een kopje koffie en een gebakje bij een ander tentje.
En toen ontstond er even drama. Het was pin tijd, maar de ATM’s werkten niet bepaald mee. De eerste gaf niet het gewenste bedrag, de tweede gaf tot drie keer toe een error en de derde wilde me ook geen geld geven. Ik dacht dat er misschien te weinig op stond, wat echt ondekbaar was, maar je gaat toch twijfelen. Bij het hotel even ING gecheckt en ja hoor, geld genoeg. En dat vond ook de tweede bank, want de 80 euro waren gewoon van mijn rekening afgeschreven, alleen waren ze een klein detail vergeten: mij dat geld ook contant geven. Even paniek in in de tent! Gelukkig heb ik een bonnetje met bewijs van de falende actie en een printscreen van mijn bankaccount (en de tijden komen overeen, ook erg prettig). Helaas kon de bank mij alleen maar vertellen dat ik ongeveer 5 werkdagen moest wachten, dan werd het vanzelf rechtgetrokken. Zo niet, dan moest ik contact opnemen met mijn bank in Nederland… Hijsfijn…To be continued…
Update: Uiteindelijk heb ik contact gehad met het hoofdkantoor en die vertelde me dat ik het moest regelen met mijn bank in Nederland. Omdat ik bang was dat ik dan te laat zou zijn heb ik direct mail contact gezocht en ik geloof dat een mevrouw ook daadwerkelijk het probleem voor mij aan het oplossen is. Hopelijk komt het goed dus!
Een beetje uit m’n doen door de hele bank affaire was m’n humeur wat gezakt… We zijn toen richting de kledingzaak gegaan waar onze shirtjes klaar zouden liggen. Dit maakte m’n dag wel weer helemaal goed, want onze shirtjes waren echt supergoed gelukt! Met een brede lach op onze gezicht liepen we de winkel uit.

Onze nieuwe shirtjes!
Omdat we verder niet echt iets op het programma hadden, besloten we ons aan te melden voor een cooking class. Best lastig te vinden nog, want wat is goed en wanneer heb je waar voor je geld. Uiteindelijk hebben we de Lonely Planet van Jets geraadpleegd en ook gevolgd. Om half 5 hadden wij onze cooking class.
Om de tijd ondertussen te doden zijn we op zoek gegaan naar nieuwe schoenen voor mij. Herzelfde verhaaltje als met de shirtjes, ze werden op maat gemaakt en helemaal gecustomized zoals ik dat wou. Jeej! Dezelfde dag nog klaar dus dat was mooi!

En onze nieuwe schoenen!
Na over een lokale markt geslenterd te hebben, een brug naar de overkant te hebben genomen en wat gewandeld te hebben, zijn we even wat gaan relaxen op een bankje aan het water. Heerlijk! Nog even Vietnamezen gespot die zelf bij elkaar gingen shoppen en aansjouwt hoe langzamerhand het water steeg.

Ook Vietnamezen shoppen natuurlijk
De cooking class was echt superleuk! We kregen zelf receptjes mee en alle geheimen van de kok werden onthuld. Op het menu stonden gefrituurde spring Rolls (de loempiaatjes), een Vietnamese salade en verse vis gebakken in banenblad met geroerbakte groenten. Het resultaat was absurd lekker. Met name de Vietnamese salade viel erg in de smaak. Zo ontzettend lekker! En het leuke is, nu kan ik m thuis zo vaak maken als ik wil!

Jetske en ik aan de kook
Tijdens het eten kwam het water tot een record hoogte (okee dat is niet waar, maar voor ons was het een record). De hele straat was inmiddels ondergelopen. Dit had te maken met de volle maan. Erg apart om te zien.

De ondergelopen kade (Waar de boten liggen, is de oever)
Na het eten haalden we onze schoenen op. Helemaal tevreden waren we. De lijm moest nog goed drogen, dus we lopen er nog maar even niet op.
In de stad was het Full Moon festival aan de gang. Dit vind altijd plaats rond deze tijd, dus mooi dat we dat even mee konden pikken. De straatlantaarns waren uitgezet en alleen de lampionnen in de stad waren aan. Een sprookjesachtig gezicht. Jets had voor ons 2 water lampionnen gekocht om los te laten en een wens te doen. We hebben dit ritueel gevolgd in de hoop dat onze wensen uitkomen! Ik ben benieuwd! Uiteraard kwamen we onze indiaase vrienden weer tegen. Zij zouden vertrekken naar Nha Trang, een strand oord ten zuiden van Hoi An. Ook zij gaan naar Ho Chin Minh dus wie weet zien we elkaar daar wel.

Mijn lampionnetje laat ik te water

Jetske legt haar lampion vast

Hoi An verlicht met slechts lampionnen (en helaas winkelverlichting van binnen…)

Eén van de vele offer tafeltjes voor de winkeltjes

En tot slot hingen wij ook nog even de toerist uit
Onze laatste attractie in Hoi An waren de Marble Mountains. Deze hebben we bekeken op naar de trein in Da Nang. Heel luxe met een privat car zijn we opgepikt en afgezet bij de Marble Mountains, waar we ongeveer een uurtje de tijd hadden. Dit was zo erg de moeite waard dat we blij waren dat we het toch gedaan hebben (we wilden het eigenlijk skippen). Na een forse klim (niet zozeer veel traptreden, maar ze stonden vooral ver van elkaar af) zagen we een prachtig uitzicht, diverse tempels en grotten. Eigenlijk zijn het vijf Marble Mountains, die elk voor een natuurlijk element van de aarde staan (water, hout, vuur, metaal of goud en aarde). De berg die wij beklommen heet Thuy Son en is de grootste van allemaal. Op deze berg zijn een aantal pagodes te vinden, maar ook uitzichtplekken en grotten. We hebben de berg heel selectief doorlopen, want we hadden maar een uurtje. Ik denk dat we tot ongeveer 2/3 zijn gekomen.

Na dat geklim gunde ik mezelf ook een portretje met het uitzicht 🙂

Eén van de vele grotten in de berg

Nu weer naar beneden, dat is beter 😉
De treinreis richting Ho Chi Minh City was erg lang, maar omdat we het eerste stuk in het daglicht reden, vlogen er een scala aan landschappen voorbij. In Nederland is het verboden om met je kop uit het raam te hangen, maar hier maakt het niet uit. Ze zullen je zelfs even een voetje geven als je op het dak van de trein wilt zitten. We hebben dus heerlijk met kop uit het raam van de buitenlucht en mooie uitzichten genoten.

De trein

Jetske en ik vanuit de trein
Na ruim 15 uur kwamen we dan eindelijk aan in Ho Chi Minh City. Het was nog midden in de nacht, maar er was al volop leven in de stad. Ennnn…WARM!! Maar dan echt! Dik tropische temperaturen en de hemel zag er veelbelovend uit!
Een taxi heeft ons bij het hotel afgezet en wij wilden wachten tot het hotel open zou gaan (om te voorkomen dat we deze nacht ook nog moesten betalen), maar er was een raar mevrouwtje die voor ons aan ging bellen (het was iets van half 6 in de ochtend). Ook al zeiden we nee en schudden we heel hard ons hoofd, ze belde toch aan. Slaperige Vietnamese dames deden de deur open en we werden binnen gelaten. Voor er een kamer vrij was waren we zo’n 3,5 uur verder. Jets is op de grond in slaap gevallen en ik, heel comfortabel, op een houten bank.
Diezelfde dag besloten we meteen de Walking Tour te doen uit het boekje van Jets. Ook al waren we erg moe, we maakten een mooi plannetje. We startten met het koninklijk paleis. Ik weet niet wat het is in Vietnam, maar kaartlezen ben ik hier spontaan verleerd. Het kan ook komen doordat we met drie verschillende kaartjes werkten, maar toch. Ik ben normaal een pro in de weg vinden en hier komen we overal uit, behalve op de plaats van bestemming. Stiekem best frustrerend als ik eerlijk ben… Het paleis begon een beetje gek. Het leek wel een saaie ruimte om vooral veel in te kunnen vergaderen. Toen we eenmaal verder op onderzoek uitgingen bleek het eigenlijk behoorlijk interessant te zijn. We zagen ruimtes waarin plannen gemaakt werden tot veroveren van Vietnam (het paleis werd bewoond door een Franse kolonist), kleine kantoortjes en enge (lees: spannende) kelders met radio apparatuur, borden van Vietnam met lichtjes (waarschijnlijk om aan te duiden over welk deel van Vietnam er gesproken werd), maar ook grote slaapkamers en ontmoetingsruimtes. Erg bijzonder om te zien.
Het tweede plan van de dag was het oorlogsmuseum. Iets waar ik al heen wilde direct na het boeken van het ticket. Ik heb me zelfs ingelezen (nou ja half…) met een boekje wat ik van m’n schoonzusje heb gekregen (haha ze vindt het nog steeds niet leuk als ik dat zeg…). Het museum was ongelovelijk indrukwekkend. In Jetske’s boekje werd gewaarschuwd voor horrorbeelden en inderdaad… wat een afschuwelijke beelden afentoe. Ik heb zo’n beetje alle beschrijvingen bij de foto’s gelezen en had af en toe het gevoel er helemaal bij te zijn. Toen we uiteindelijk weer buiten liepen we hebben een hele poos niets gezegd. We waren er gewoon stil van.

Indrukwekkende oorlogs attributen op de binnenplaats van het museum
Omdat we ruim twee uur in het oorlogsmuseum hebben rondgewandeld waren onze voeten al vrij beurs. Toch wilden we nog een pagode bekijken, maar daarvoor moesten we een groot deel van de Walking Tour afmaken. We hadden de tour al in tweeën gesplitst, omdat we het in één dag niet zouden redden, maar zelfs nu waren we al kapot. We besloten de bikkels uit te gaan hangen en gewoon te gaan. Het was zeker de moeite waard. Er was net een dienst aan de gang. Er waren heel veel mensen en, ik noem het even een Budah, sprak of zong het gebed uit met wild kabaal en spetteren met water. Erg mooi om te zien. Binnen waren heel veel mensen aan het bidden en werd er wierook gestookt als of hun leven er vanaf hing (wat misschien ook wel zo voelt voor sommigen). Echt de moeite waar dus.
De terugweg was heel erg vermoeiend en we verplichtten onszelf naar het afgesproken restaurantje te lopen en daar lekker te gaan eten en de voetjes even te laten rusten. Het was echt een takke-eind lopen! Het eten maakte veel goed. We hebben echt superlekker gegeten en waren helemaal klaar voor de laatste etappe naar het hotel. Dit was echt afzien! Ik deed nog een paar keer een poging tot kaartlezen, maar dit was niet aan mij besteed. Daar kwam bij dat het verkeer me ook irriteerde (ik was gewoon moe denk ik…) dus echt gezellig was ik geloof ik niet… Gelukkig kon ik meteen naar m’n bedje in het hotel!
Vandaag hebben we echt een vette boottocht door de Mekong Delta gemaakt. De Mekong is een hele lange rivier die door zeven verschillende Aziatische landen loopt. In Vietnam zijn er verschillende aftakkingen van deze rivier te vinden, ook wel een Delta genoemd, vandaar de Mekong Delta. De thermometer is inmiddels gestegen tot 31 graden, dus we namen het er lekker van en trokken ons zomerse outfit uit de kast!
Na ruim drie uur in een te krappe bus gezeten te hebben, mochten we dan eindelijk de boot op. Ik realiseerde me dat we dit ook vaker moeten doen in Loosdrecht bij mooi weer. Gewoon lekker chillen op een boot in de zon! We voeren langs een staartje van de floating markt (een grote verzameling boten die van alles verkoopt). De markt was al op haar eindje. Wij zagen het als een groothandel, want je kocht er geen één stuk fruit, maar meteen 10.

Een boot (winkel dus) met watermeloenen
Onderweg stopten we bij een lokale ambachtsmarkt waar we kleine lesjes kregen over het maken van cocosnoot snoepjes (zoet en plakkerig maar wel lekker), rijstpopcorn (gewoon rijstwafels uit elkaar), kleine rijstwafeltjes met honing en pinda’s (lekkerrrr) en natuurlijk mag de rijstwijn niet ontbreken. Echt leuk om zo uitgebreid uitleg te krijgen over al die werken.

Het maken van rijst popcorn (te vergelijken van ricepops van Kellogs)

Het maken van rijstpapier

Proosten met rijstwijn
Het was inmiddels laag water geworden en dat was goed te merken, aangezien de boot af en toe over de grond sleepte. Uiteindelijk zijn we overgestapt op kleine roeibootjes bestuurd door sterke dames. We kregen Vietnamese hoedjes om ons te beschermen tegen de zon. Enthousiast gooide ik mijn petje af en was daarbij even vergeten dat ik mijn zonnebril ook nog op had… Die ligt dus nu in het water helaas… Erg jammer, want het was mijn laatste souvenir uit Zweden… Ook in deze boot gingen we steeds moeizamer vooruit. We kwamen steeds vaker vast te zitten. Gelukkig hebben de dames ons uitstekend op de plaats van bestemming afgeleverd.

Onze roeister

Vanuit de roeiboot (laatste foto van mijn zonnebril, alvorens ik ‘m te water laat)

Roeiboot voor ons (die vrouwen zijn echt sterk…)
Na een basic lunch hebben we met een Duits-Taiwanees-weetikveelwaarzevandaankomen stel nog een flink stukje gefietst door de rimboe van de Mekong Delta. Best lekker en het ging me een stuk beter af dan in Hue.
Uiteindelijk hebben we nog een heel stuk gevaren op de terugweg naar de bus. Echt heerlijk om achterop het dek in de zon te genieten van het uitzicht over het water! Zeker met de gedachte weer 3 uur in zo’n muffe bus te moeten zitten. Airco zit er wel in, maar dat maakt weinig uit als je schouder aan schouder gekleefd zit.

Een stel gaat nog snel even voor ‘sluitingstijd’ boodschappen doen
Terug in Ho chi Minh hebben we lekker gegeten en daarna was het eigenlijk wel blog- en bedtijd. Morgen maken we de rest van de Walking Tour af en dan vertrekken we zaterdag naar het tropische eiland Phu Quoc (spreek uit als Fuwok, de K wel beginnen, maar niet afmaken). Lekker even genieten van het luie leventje, want de afgelopen weken waren alles behalve lui! Nu blijven we maar hopen dat de weergoden ons gunstig gezind zijn en blijven!



